Maandelijks archief: mei 2013

Max Ernst en de Dadaïstische/Surrealistische technieken

Ernst

Max Ernst is zelf aan het woord in een video die een andere geliefkoosde techniek van hem belicht, de frottage. Frottage is een techniek waarbij je een voorwerp onder een blad papier legt en met een krijt, potlood of ander tekenmateriaal wrijft over het papier. Doordat het voorwerp hoger partijen heeft zullen deze al een tekening op je papier verschijnen. Iedereen kent wel het frotteren van een muntstuk…

Het is leuk om Max Ernst zelf te horen vertellen hoe hij problemen heeft met het maagdelijke witte blad. Hij zocht wegen om dit probleem te omzeilen en kwam onder andere bij frottage uit. De Dadaïsten en Surrealisten maakten gebruik van veel technieken om het alledaagse om te zetten naar de bevreemdende sfeer die hun werk kenmerkt, uit de orde ontstaat de chaos, uit het alledaagse de bevreemding.

Een mooie opsomming van en uitleg bij de technieken die Dadaïsten en Surrealisten gebruikten kan je hier vinden voor Dada en hier voor het Surrealisme.

SdBOm nog even terug te komen op een vroegere post (Une semaine de bonté). In een korte video geven professor Elizabeth Cowling and senior curator Ann Simpson van The Scottish National Galley of Modern Art wat uitleg bij de manier van werken die Ernst toepaste bij het maken van Une Semaine de Bonté.

Richard Long Prints 1970 – 2013

cover_50457

 

Richard Long (°1945) is een Engelse beeldhouwer, schilder, graficus en fotograaf die vooral bekend is voor zijn land art. Long manipuleert en fotografeert het landschap om zich heen.  De meeste van zijn werken ontstaan tijdens wandelingen die hij maakt door de natuur. Zijn aanwezigheid in de natuur, het verzamelen van natuurlijke materialen zoals stenen, hout, … zijn een basis tot het vormen van zijn werk.

Door de invloed van natuur en tijd zijn de werken in zekere zin vergankelijk. Daarom maakt Long vaak foto’s van zijn werk. De foto’s die hij van zijn ingrepen maakt, vormen vaak het enige overblijfsel dat aan een groter publiek gepresenteerd kan worden. Vertrekkende vanuit de foto’s worden zijn grafische werken vervaardigd. Deze worden vaak gecombineerd met een simpele tekst.

richard-long-rock-drawings

Vanaf 14 juli tot 20 oktober 2013 loopt er in de Hamburger Kunsthalle de tentoonstelling ‘Richard Long Prints 1970 – 2013’.

Tijdens de tentoonstelling Richard Long Prints 1970 – 2013  zal het grafisch werk van Long tussen de periode 1970 en nu te zien zijn. Naar aanleiding van de tentoonstelling is er ook een cataloog uitgebracht. Het boek toont het grafisch werk van Richard Long uit de periode 1970 tot nu. Het is een uitgebreid gedocumenteerd boek waarin de vele verschillende grafische technieken (monotype, gravure, zeefdruk en offset) die Long gebruikte aanbod komen. Meer info vind je hier.

P78718_10

P78720_10

P78717_10

 

Max Ernst – Une semaine de bonté

max_ernst_birdhead1

Je moet het de Dadaïsten en Surrealisten nageven, het aantal technieken dat ze ontwikkeld of geperfectioneerd hebben om een beeld te manipuleren en het te voorzien van gelaagdheid en betekenis is groot. Zo groot zelfs dat veel van wat heden ten dage gemaakt nog steeds op één of andere manier schatplichtig is aan hun onderzoek.

De collage techniek is een manier van werken waarbij uitgesneden of uitgeknipte vormen bij elkaar worden gevoegd door middel van lijmen. De techniek is op zichzelf al eeuwen oud (zo vroeg als de  ontdekking hoe papier te maken) maar krijgt opgang in de vroeg 20ste eeuw als Picasso, Bracque en de Dadaïsten / Surrealisten het als een beeldend middel gaan gebruiken.

ernstvlthumbMax Ernst maakt samen met de dichter Paul Eluard in 1922 zijn eerste collage boeken: Répétitions en Les malheurs des immortels. Het is een techniek die hem niet los laat en talrijke op de collage techniek gebaseerde schilderijen en boeken volgen. Onder andere La femme 100 têtes (1929) en Rêve d’une petite fille qui voulut entrer au carmel (1930) weten de aandacht te trekken. Het bijzondere aan deze werken zijn de beelden die uit een droom lijken te ontstaan, een nachtmerrie waar geen ontwaken mogelijk is.

Ernst verteld in een interview zelf hoe hij op het idee kwam om dit soort collages te maken: “One day (in 1919), whereas I looked at an illustrated book of objects (umbrellas, watches, tools, clothing, etc) I was surprised to see such different things tight beside the others, things which one does not see together usually, my eyes saw other objects, I wanted to add with the pencil some lines and hatchings between the various objects so that it gives the same images that I see in my dreams.”

UneSemaineDeBonteHet sleutelwerk Une semaine de bonté (Een week van goedheid) volgt in 1933. Ernst was op reis door Italië en had maar drie weken nodig om dit werk te voltooien. De complete novelle, want zo wordt het boek gezien, werd in 1934 gepubliceerd als een serie bestaande uit 5 boekjes (cahiers). In totaal zijn de cahiers opgedeeld in 7 hoofdstukken (de dagen van de week) en voor elke dag is een element bedacht dat de beelden die in dat deel staan kenmerken. In totaal zijn er 184 afbeeldingen die samen een grafische novelle vormen. De collages zijn terug gemaakt met  prenten uit de triviale lectuur van het einde van de 19de eeuw. Deze prenten waren meestal sensationele afbeeldingen om het verhaal wat kleur te geven. Door het verknippen en opnieuw bij elkaar plaatsen van de elementen weet Ernst een dreigende  atmosfeer op te roepen. 1933, het jaar doet misschien een belletje rinkelen: ,,Ik maakte dit boek omdat ik merkte dat het in Europa een beetje begon te stinken”, vertelde Ernst later. Het verband met de pre-oorlogsjaren en de opkomst van het fascisme geeft het sarcasme in de titel (Een week van goedheid) weer.

De collages in de boeken zijn eigenlijk op zichzelf geen grafiek, maar Ernst gebruikte illustraties van verschillende boeken met daarin illustraties uit de 2de helft van de 19de eeuw. Dé eeuw die de aanzet gaf tot de massaproductie in de media zoals we die nu kennen.

In de 19de eeuw worden nog steeds veel illustraties door erg bekwame vaklui naar een drukklaar medium omgezet. In het geval van de werken die Ernst gebruikte voor zijn collages is dit de gravure op hardhout. De originele tekening werd door de kunstenaar op het houtblok getekend en daarna door een professionele houtgraveur uit het blok gegraveerd met een burijn. Het feit dat het hier om een burijn gravure gaat, maakt een erg hoge detaillering mogelijk. Hoe beter de graveur, hoe fijner de gravure zou je kunnen stellen. Deze techniek met hardhout maakte het mogelijk om de houtblokken in het kader met loodzetsel te plaatsen en op deze manier drukwerk in hoge oplage te maken.

Ernst maakte in feite gebruik van originele (in hoge oplage gedrukte) grafiek om de collages te maken tot wat ze zijn. In de eerste helft van de 20ste eeuw waren de druktechnieken (fotografisch) reeds zo ver gevorderd om zonder problemen de originele collages van Ernst te reproduceren en te drukken.

Sommige van deze collage boeken staan in hun volledige vorm online. Klik op de titel voor een link naar een online boek.

Une semaine de bonté (1934)

Les malheurs des immortels (1922)

La femme 100 têtes (1929)

Uitgebreid artikel over Une semaine de Bonté - Musée d’Orsay op deze link.

illustration-to-a-week-of-kindness-1934-38.jpg!HD   illustration-to-a-week-of-kindness-1934-85.jpg!HD    illustration-to-a-week-of-kindness-1934-109.jpg!HD    illustration-to-a-week-of-kindness-1934-165.jpg!HD

Ronald Noorman

ets2600

Ronald Noorman heeft op het moment een tentoonstelling van zijn werk in de Kristof De Clercq Gallery in Gent. Hoewel het oeuvre rond het medium tekenen draait heeft Noorman toch een grote affiniteit voor grafiek, vooral lithografie en etsten.

2007-11-002GHet werk van Noorman geeft zich maar langzaam prijs, het is op het eerste zicht abstract maar toch komen ook referenties naar het landschap opduiken. Hercules Segers (1589-1637) en Willem Buytewech (1591-1624) zij twee kunstenaars die Noorman citeert. Het is misschien enigszins raar dat Ronald Noorman twee kunstenaars aangeeft uit de 16de -17de eeuw maar als je weet dat ze behoren tot de grote vernieuwers in de landschapschilderkunst is de link vlug gelegd. Om nu te zeggen dat Noorman een tekenaar is van landschappen is te veel. Innerlijk landschappen, dit ligt al dichter bij de wat het is.

Voor Noorman is de lijn en het vlak van het allergrootste belang. Deze zijn in volle eenvoud in het werk aanwezig zijn, ontdaan van alle franjes. En toch helpen ze elkaar in hun compositie een zekere poëzie te bereiken. Het werk lijkt steeds de vraag te stellen hoe ver kan je gaan dat wat er nog staat nog steeds betekenis heeft, Noorman is hierin een meester.

noormanlitho350Ronald Noorman z’n werk beperkt zich tot het kleinere formaat en daar is niets mis mee.  Hij laat de grootte van de drager bepalen door de maximum afstand die de arm met tekenmateriaal in één beweging kan afleggen zonder dat je je moet verplaatsen.  Deze fysieke afstand die mee het werk bepaald voel je ook als toeschouwer. Het geeft je intimiteit en het gevoel overzicht te hebben, het werk te beheersen als het ware. Kleur blijft beperkt tot het essentiële. Noorman houdt van zwart, en dat is ook te merken in de werken. Nergens is er afleiding in de werken en als er al kleur gebruikt wordt is dit om een extra accent te leggen. Door dit eenvoudig kleurgebruik krijgen de werken ook een grotere transparantie. De lijnen en vormen gaan een communicatie aan met de drager, restvormen blijken even belangrijk als de vormen zelf. Met deze beperking van materialen, lijen en vormen komt ook een grote directheid in het werk.

ohne_Titel_3_08 Het grafisch oeuvre is klein maar betekend voor Ronald Noorman een verder zetten van het tekenen an sich. Hij weet wat het is om grafiek te maken, daar ligt ook zijn verleden, en daardoor beheerst hij ook het medium en de taal. Evenals in de tekeningen vind je in de grafiek het niet-aflatende zoeken naar de ultieme voorstelling. Een voorstelling waarvan je weet dat ze nooit zal komen maar die wel drijvende kracht blijft.

Grafiek van Ronald Noorman kan je vinden bij Ergo PersStichting Archaeopteryx, Verein für Originalgraphik.

The LeRoy Neiman Center for Print Studies – New York, USA

DSchutz_2_One-eyed_lg

In de VS staat grafiek nog steeds hoog aangeschreven en heeft iedere universiteit wel een atelier grafiek waar op innovatieve manier gewerkt wordt. Sommige universiteiten hebben daarnaast nog een professioneel atelier waar bekende kunstenaars samen werken met meesterdrukkers om tot hoogstaand werk te komen. Studenten en meesterdrukkers in opleiding krijgen er naast de kans om de technieken tot in de puntjes aan te leren ook de mogelijkheid om voor bekende namen te werken. Op deze manier leren ze te onderzoeken en een atelier te runnen.

31Columbia University op Manhattan, New York heeft naast de gewone opleiding zo een prestigieus atelier, het LeRoy Neiman Center for Print Studies. Zoals het woord Studies in de naam reeds aangeeft is het een centrum waar onderzocht wordt, waar studenten en kunstenaars uit het universum van technieken kunnen kiezen om hun werk te maken. Technieken die perfect aansluiten bij het inhoudelijke van het werk en dit in een omgeving die een rijke voedingsbodem voor experiment biedt.

36De kunstenaars die er langs komen zijn niet bepaald onbekenden. Kiki Smith, Sarah Sze, Terry Winters, Jasper Johns, Dana Schutz (zie houtsnede bovenaan) en ga zo maar door. Deze kunstenaars steunen, door hun werk aan het centrum toe te vertrouwen, het LeRoy Neiman Center for Print Studies niet enkel financieel, maar geven studenten ook de kans om bij te leren. Dit niet alleen op het niveau als assistent van de meesterdrukker en kunstenaar op het moment dat het werk wordt gemaakt maar vooral via het onderzoek naar mogelijkheden en het contact met gevestigde waarden uit de kunstwereld. Het is niet zelden dat deze kunstenaars in het atelier een lezing komen geven over hun werk en met de studenten spreken over wat en hoe. Dat dit in het atelier gebeurd is belangrijk omdat het een plek is waar het werk ontstaat en de werkplek van zowel studenten als de kunstenaars. Het is m.a.w. een veilige ruimte die niet intimideert.

Het atelier heeft een tentoonstellingsruimte waar het werk van zowel gevestigde namen als studenten aan het publiek wordt getoond. Men bereikt een mooie dialoog tussen alle betrokken partijen waartoe ook de toeschouwer behoort.

Plaatsen als het LeRoy Neiman Center for Print Studies dragen bij tot een echt onderzoek en laten tevens zien dat grafiek slechts een medium is en geen doel op zich. Een levend medium waar kunstenaars gebruik van maken. Een medium dat in Europa helaas te veel ter discussie wordt gesteld en gegijzeld wordt door de hiërarchie binnen de kunsten zelf.

Turbulence-Skins-p12_lg    sze12_lg    kw_01_lg    dion00_lg

Het grafische oeuvre van Eduardo Chillida

Chillida_vdK_64005_PC_19884 B

Eduardo Chillida (1924-2002) was een Baskisch kunstenaar vooral bekend om zijn beeldhouwwerk. Beeldhouwen nam wel de centrale plaats in maar Chilida heeft ook een erg groot grafisch oeuvre nagelaten. Een oeuvre dat dicht aanleunt bij het beeldhouwwerk maar toch krachtig genoeg is om op zichzelf te staan.

Chillida_vdK_85005_PC_19107Chillida begon met grafiek te experimenteren in 1950. Lithografie, etsen, houtsnede, zeefdruk, …, niets van de grafische technieken werd onbenut gelaten en alles werd op meesterlijke wijze gebruikt. Chillida werkt in zijn grafisch werk met de elementen die hij ook gebruikte in de sculpturen van zijn hand: vorm, ruimte en kader. Het wit in het blad is van even groot belang als de tekening op zichzelf, de afwezigheid van vormelijke elementen is even belangrijk als die van de aanwezige. Er zijn tevens verwijzingen naar architectuur en dat is niet zo verwonderlijk.  Ook de architectuur bediend zich van de vorm en ruimte. Daarenboven was de eerste studie die Chillida aanvatte die van architect. Hij haakte na 3 jaar af en richtte zich van dan af op de beeldende kunsten, om al vlug naast het beeldhouwen het medium grafiek te omarmen.

Het grafisch oeuvre is erg uitgebreid omdat Chillida dit steeds zag als een wezenlijk element van zijn werk. De mogelijkheden die grafiek biedt zijn dan ook legio in het bewerken van een drager. er kan gekerfd, gesneden, geschuurd, … worden. Steeds bewerkingen die dicht bij beeldhouwkunst staan en die waarschijnlijk één van de  zaken waren die hem aanspraken in het werken met dit medium.

Abstract is de stijl die het werk van Chillida het best omschrijft, alhoewel hij dit niet graag zo benoemde. Hijzelf omschreef zich liever als een “realistische beeldhouwer”.

Chillida_vdK_72017_PC_19116De etstechniek is duidelijk het meest aanwezig in de grafische werken. Hij kon uitstekend overweg met de mogelijkheden die deze techniek te bieden heeft en zette alles naar zijn hand. De normale rechthoekige vorm van de etsplaat wordt al vlug versneden in andere vormen. Ook de embossing (blinddruk) is van groot beland en wordt gezien als een deel van de compositie. Veel worden blanke platen gedrukt waardoor deze blinddruk ontstaat. Vanaf de jaren 1980 werk hij meer en meer met deze blinddrukken die de derde dimensie in het werk benadrukken.

 

Er is geen site die een compleet overzicht geeft van de grafische werken van Chillida, maar volgende sites geven een erg goed beeld van het oeuvre.

  • Adam Gallery, London: site en PDF boek
  • Galerie Boisserée, Keulen: site
  • Christie’s: voordeel van deze site is het kunnen inzoomen op de werken

d5050293x   Chillida_vdK_84011_PC_20351   d4079632x    d2087679x

Utagawa Hiroshige – 100 vermaarde zichten op Edo

Adelaar

Naast Katsushika Hokusai (met de iconische houtsnede The Great Wave of Kanagawa) is Utagawa Hiroshige (1797-1858) één van de meest bekende 19de eeuws Japanse kunstenaars die  een grote invloed hadden op de laat 19de eeuwse Westerse kunst.

Misschien staat Hiroshige wat in de schaduw van Hokusai maar dit is onterecht. Hokusai was weliswaar een inspiratiebron voor Hiroshige maar het mag gezegd dat Hiroshige het landschapsgenre op een eigen en boeiende wijze verder heeft ontwikkeld.

De weg naar de bekendheid was lang. Hiroshige kwam uit een familie van brandweerlui die werden verondersteld om het Edo kasteel te vrijwaren van brand. Leven van zijn werk was niet makkelijk en het was duurde tot 1832 dat Hiroshige zich kon losmaken van zijn job als brandweerman.

Als meester in de ukiyo-e wist hij met de publicatie van De 53 halteplaatsen van de Tōkaidō roem te vergaren. De 53 plaatsen zijn halte’s op de weg Tōkaidō, dit is de belangrijke weg die Edo (oude naam voor Tokyo) en Kyoto verbind. De serie was erg succesvol in een land waar toerisme op dat moment werd ontdekt. De reeks is dan ook een soort kroniek van het leven van de reizigers op deze weg die 490 km lang is en die Hiroshige in werkelijkheid ook bereisde.

Fireworks 2100_views_edo_098De 100 vermaarde zichten op Edo, een reeks werken die het 19de eeuws Tokyo als onderwerp hebben werden razend populair. Doordat het drukken en uitgeven van prenten in het 19de eeuwse Japan evolueerde naar een ware industrie was er van een bescheiden oplage (zoals voordien het geval was bij ukiyo-e prenten geen sprake meer. Hiroshige kon nauwelijks aan de vraag voldoen… De werken waren zo gegeerd dat ze heruitgegeven zijn in 3 extra verschillende oplages. Vandaar dat je dezelfde prent in compleet andere kleuren kan aantreffen op verschillende websites.

Hiroshige_Van_Gogh_1 schaalDe stijl van Hiroshige kenmerkt zich vooral door het gebruik van uitgesproken verdwijnpunten, de thema’s die vooral verbonden zijn aan de seizoenen en de levendige kleuren. Het werk van kunstenaars zoals Hiroshige heeft een grote invloed gehad op de Franse Impressionisten (Monet) en vooral op Van Gogh, die ook werk van Hiroshige bezat. Twee van de werken zijn door Van Gogh vrij realistisch nageschilderd, gekopieerd zou te veel gezegd zijn. In het voorbeeld hierboven zie je links één van de originele prenten die Van Gogh in zijn bezit had en rechts de door hem geschilderde interpretatie.

100 vermaarde zichten op Edo kan je hier bekijken op de website van het Brooklyn Museum in NY. Ze zijn opgedeeld volgens de seizoenen en de vergrotingen hebben een extra vergrootglas ingebouwd. Maar het summum om de Edo prenten tot in de kleinste details te bekijken vind je op de website van de National Diet Library in Japan. Helaas is de site volledig in het Japans opgesteld. Via de link hier kom je op de betreffende bladzijde waar alle werken zijn verenigd. Links vind je een kolom en door te klikken op ieder titel waar een [1] achter staat kom je op één van de prenten uit de reeks. Je kan via de schuifbalk de prent tot in de kleinste details vergroten.

jpegOutput    100_views_edo_099    Edo rain    Vis

Mario Avati – Académie des beaux-arts Printmaking Award

De Académie des beaux-arts Award is een prijs onder de auspiciën van de Académie des beaux-arts ter ere van de graficus Mario Avati. Mario Avati was gespecialiseerd in mezzotint en maakte naam in de jaren 70 en 80 van vorige eeuw. Het werk richt zich bijna uitsluitend op stillevens en dieren. Meestal met een geometrische inslag en erg traditioneel, zelfs wat decoratief.

Deze internationale prijs bedraagt 40.000$ en zal voor de eerste keer uitgereikt worden in november 2013.

Alle info over de prijs op vind je hier.

Marlies Goesaert – Selectie Belfius Prijs 2013

complex 3153

De tweede prijs in de wedstrijd Belfius Prijs 2013 ging dit jaar naar een student fotokunst van onze Academie (Academie Beeldende Kunsten DKO Gent) maar ook Marlies Goesaert uit de richting Vrije Grafiek heeft het niet slecht gedaan en is geselecteerd voor de tentoonstelling in Brussel. Als je goed kijkt zie je op het Youtube filmpje haar werk net voor men overgaat naar prijswinnaar Nick Proot (op 4:03).

Marlies werkt vooral via het materiaal fotopolymeer maar heeft zich recentelijk ook op Japanse houtsnede gestort. In het werk is een abstrahering van architectuur aanwezig die door herhaling van een bepaald detail wordt bereikt of door het weglaten van detaillering in het werk.

complex 3205Marlies is een gepassioneerd fotografe en het is deze achtergrond die het werk vorm geeft. Niet dat de beelden die ze maakt zomaar wat foto’s zijn die naar fotopolymeer omgezet, zeker niet. Er wordt goed nagedacht over compositie en het juiste beeld. Photoshop wordt gebruikt maar op zo een manier dat het niet opvalt. Door de herhaling en uit puren van de beelden wordt een soort vervreemding gecreëerd die wonderlijk goed past bij het type foto’s die als uitgangspunt gelden: gebouwen die niet direct als een opbeurende leefomgeving gekenmerkt worden. Net door herhaling wordt de vervreemding (ook die van een leefomgeving) nog versterkt.

Interessant wordt het pas als je merkt dat ook de abstrahering van het beeld hierdoor toeneemt en misschien ook van de reële ruimte an sich. De abstractie versterkt in dit geval de realiteit.

En zo gaat het ook voor de houtsneden. Door bewust te kiezen voor Japanse houtsnede, maakt ze het zich niet makkelijk maar. Maar het werkt één en ander in de hand.

David Hockney schrijft in het boek That’s the way I see it dat om tot andere beelden of tot verandering in zijn oeuvre te komen hij zich stort op materialen die hij niet zo goed kent. Het verlaten van een gekend pad brengt nieuwe, ongekende mogelijkheden met zich mee. Het materiaal dwingt als het ware om anders te denken.

japanse houtsnede3251Iets gelijkaardig als wat Hockney beschrijft is er aan de hand met de houtsneden van Marlies Goesaert. Het onbekende en nieuwe van de houtsnede verplicht haar om het pad van het fotografie ten dele te verlaten en een nieuwe oplossing te zoeken. Het ‘vele’ van de herhaling wordt achterwege gelaten en het ‘weinige’  komt in de plaats, het levert nieuwe verrassende beelden op. Beelden ontdaan van alles wat verwijzing geeft, de zuivere geometrische abstractie heeft zijn intrede gedaan.

‘Ying en Yang’, twee werelden die één zijn maar toch anders.

 

De tentoonstelling is te bezichtigen tot en met 31 juli 2013 op de gelijkvloerse verdieping van de hoofdzetel van Belfius Bank, Pachecolaan 44 in Brussel. De tentoonstelling Belfius Art is toegankelijk voor het publiek van maandag tot vrijdag van 10 tot 16 uur (behalve op bankholidays en feestdagen).

japanse houtsnede3265    houtsnede3282    complex 3204 a

Céline Hudréaux – It’s Not An Ocean

It_s_Not_An_Ocean_-_uitn_NL

It’s not an Ocean een boek met etsen van Céline Hudréaux (student vrije grafiek Academie DKO Gent) en tekst door Geert Ooms wordt uitgegeven bij The Bries-Space in Antwerpen.

Het werk van Céline wordt gekenmerkt door een ogenschijnlijk naïeve sfeer met onderliggend veel verhaal en humor. De werken lijken wat onhandig getekend maar zijn intelligent en heel herkenbaar gemaakt. Op deze manier zuigen ze de kijker in een oeuvre vol van verwijzingen naar oude comics, natuurprenten, 19de-eeuwse fotogravures en de cultuur van natuurvolkeren.

De monochrome etsen worden gekenmerkt door een klare lijn die een direct overzicht biedt van het beeld. Je raakt niet verloren in overtollige balast, in het werk van Céline is alles tot zijn essentie gestript. De klare lijn maakt natuurlijk ook direct aansluiting met de stripwereld, de comic books. Het verschil is evenwel groot, er kan in het werk van Céline niet altijd gesproken worden van een erg duidelijk verhaallijn. Het verhaal bij Céline ontstaat eerder intuïtief, er is niet altijd een duidelijk aanzet voor de toeschouwer.

En dan is er natuurlijk ook nog de humor, de manier van tekenen die een glimlach op je gezicht tovert. Steeds is er een sfeer van herkenning in de beelden,  de referenties zijn duidelijk en de bronnen van het beeld worden niet weg gemoffeld.  Op haar Facebook pagina laat Céline je meegenieten van haar bronnen. Oude foto’s, litho’s, natuuropnames, strips die een liefde naar een lang vervlogen tijd ademen, een tijd die ongerept was en onschuldig. Natuurlijk was dit niet zo, maar dat doen we onszelf graag geloven. Het werk van Céline straalt hetzelfde uit. Je herkent de foto’s of samenstelling van haar bronmateriaal maar het is de manier waarop het beeld getransformeerd naar een ets dat nu het iets meer geeft. Céline steekt er op de koop toe nog haar eigen verhaal in en je accepteert het met veel plezier.

Vrijdag 3 mei om 20:00 tot 24:00 opening in The Bries Space. Daarna enkel nog zaterdag 4 mei en zondag 5 mei telkens van 12u tot 18u. Te kort!

01    05    06